Main content

Inhoud

Kooikippen

Nieuws: 26 oktober 2020
Slacht

Door het verbod op de kale legbatterijkooien in 2012 en het feit dat er in de grote supermarkten nauwelijks nog kooi-eieren in doosjes verkocht worden, zijn veel Nederlanders en Belgen in de veronderstelling dat er in Nederland en België geen kippen meer in kooien opgesloten worden en dat er geen kooi-eieren meer in de handel zijn. Ook de sector zelf en de overheid portretteren liever de overige huisvestingssystemen, van scharrel met vrije uitloop tot biologische, dan het treurige bestaan van kippen in verrijkte kooi- en koloniekooisystemen en dichte scharrelschuren.

Alle industrieel gehouden leghennen beginnen hun leven zonder hun ouders in een broedmachine. Na het uitkomen van de eieren worden de mannelijke kuikens vergast of versnipperd. Zij zijn immers niet in staat eieren te leggen. Het seksen van eieren komt nu langzaam op gang, zodat eieren die haantjes bevatten niet uitgebroed hoeven te worden. De eerste vijftien tot twintig weken worden hennen grootgebracht in zogenaamde opfokstallen tot ze geslachtsrijp zijn en eieren kunnen gaan leggen. Degene die het hele traject overleven worden in de legstallen anderhalf tot twee jaar oud. Als na het leggen van 300 tot 400 eieren hun 'productie' begint af te nemen, worden ze geslacht om als 'soepkip' of 'kipsnacks' te eindigen.

De kip (Gallus gallus domesticus of huishoen) is van nature een bosdier en waarschijnlijk gedomesticeerd uit de bankivahoen, ook wel rode kamhoen genoemd, uit Zuidoost-Azië. Het startpunt voor domesticatie zou gelegen hebben in Noord-China, zo'n 10.000 jaar geleden. Via India en Mesopotamië verspreidden de Aziatische hoenderen zich naar andere delen van de wereld. Er zijn nu op ieder moment 52 miljard kippen op de wereld waarvan naar schatting 6,5 miljard legkippen. 1

In een natuurlijke omgeving besteedt een kip tot 90% van haar dag aan het zoeken naar voedsel (scharrelen). Hanen verdedigen daarnaast een territorium. Kippen pikken en wroeten graag in de grond, leggen lopend grote afstanden af op zoek naar voedsel en kunnen korte afstanden vliegen. Ook besteden kippen veel tijd aan verenonderhoud en stofbaden. Kippen leven in kleine groepen met een duidelijke hiërarchie, de pikorde, en sociaal systeem. Ze klimmen of vliegen in bomen en rusten daar ‘s nachts om zich tegen predatoren te beschermen. Om hun eieren te leggen zoeken hennen een afgelegen, veilige plek en maken daar hun nest.

Kippen kunnen andere soortgenoten en hun status in de groep herkennen en blijken persoonlijke voorkeuren te hebben voor andere individuen (Mench and Keeling, 2001; Webster, 2002). Dit zorgt in grote groepen waar kippen niet hetzelfde sociale gedrag kunnen vertonen omdat ze zoveel individuen niet herkennen, juist weer voor stress. Ze leren van hun soortgenoten (Nicol and Pope, 1999) en kunnen ook verschillende mensen herkennen (Davis and Taylor, 2001). Hun communicatie is complex en er worden verschillende stemgeluiden onderscheiden met elk een aparte betekenis (Marino, 2017). Kippen zijn zich bewust van de gevolgen van hun acties. Ze bezitten een vorm van ‘zelfcontrole’: ze kunnen ervoor kiezen om te wachten op een grotere portie voedsel in plaats van een kleiner maal dat eerder wordt aangeboden te nemen. Kippen hebben verwachtingen en kunnen frustratie voelen, of angst voor de toekomst, wanneer niet aan een verwachting wordt voldaan (Abeyesinghe et al, 2005). 2

Kippen in kooien hebben geen ruimte om te fladderen, om zich uit te rekken, het verenkleed te verzorgen, een stofbad te nemen, te zonnebaden, te scharrelen, gevarieerd voedsel bijeen te zoeken, een nest te bouwen, te rennen, te vliegen, in een boom te klimmen of te vluchten. De aantallen kippen per kooi zijn onnatuurlijk qua grootte en samenstelling. Omdat in een kooi het natuurlijke gedrag ernstig beperkt wordt, leidt dit tot frustratie en stereotype gedrag, waaronder het elkaar kaal pikken. Het gebrek aan beweging (in combinatie met de absurde eierproductie) kan bovendien leiden tot lichamelijke problemen zoals broze botten (Lay et al. 2010). Een leven op draadgaas is slecht voor de poten.

Grootschalig Animal Rights onderzoek

Animal Rights onderzoeksteams inspecteerden in oktober, november en december van 2018 stallen met leghennen in Flevoland, Noord-Brabant, Gelderland, Nederlands Limburg en Vlaanderen. Het gaat om schuren met kooisystemen en scharrelstallen. Bij zowel de kooi- als scharrelsystemen werd vreselijk dierenleed vastgesteld.

Deze horrorschuren zijn gevuld met tienduizenden - soms meer dan honderdduizend - leghennen die door de hoge eierproductie en de levensomstandigheden - waaronder de vaak verstikkende atmosfeer - in anderhalf jaar tijd aftakelen tot opgebruikte, kale kippen. De stress van deze levensomstandigheden leidt niet alleen tot angst en onrust, maar ook tot verlaging van de weerstand tegen ziektes en verenpikkerij.

Hennen die ziek en zwak zijn, worden aan hun lot overgelaten en krijgen niet de verzorging die ze nodig hebben. Het onderzoeksteam trof vele dode leghennen aan: soms al in verregaande staat van ontbinding verkerend, soms zelfs gemummificeerd.

Nieuw onderzoek in 2020 werd getoond in april in een uitzending van Kassa en in september door de Zwitserse TV zender RTS.

Legbatterij

Sinds de jaren ’50 worden legkippen op grote schaal in kooien gehouden. Pas na de ontdekking van antibiotica en vaccins was het mogelijk zoveel dieren op zo'n klein oppervlak te houden. Oorspronkelijk gebeurde dit in zogenaamde traditionele, kale legbatterijen. In deze kooi heeft een kip minder dan een A4-tje ruimte (550 cm2) en staat ze op draadgaas. Buiten de voer- en drinkvoorziening is er geen enkele intentie om in de natuurlijke behoeftes van de kip te voorzien. De hen is gereduceerd tot een eiproducerende machine.

In 1999 besloot de Europese Unie het gebruik van de legbatterij in verband met het grote dierenleed vanaf 2012 te verbieden. De zogenaamde ‘verrijkte kooi’ en de ‘koloniekooi’ mogen nog wel. De grote supermarktketens besloten in 2004 geen losse kooi-eieren meer te verkopen. Kooi-eieren werden wel nog steeds gebruikt als ingrediënt in bijvoorbeeld sauzen, koekjes, pasta, etc. Ook daar komt langzaam verandering in.

Verrijkte kooi, strooisel en zitstokken

De welzijnsproblemen die werden geconstateerd bij kippen die gehouden werden in de inmiddels verboden legbatterijhuisvesting, werden veroorzaakt door de zeer beperkte ruimte in de kooi alsmede door het ontbreken van voorzieningen. Beide omstandigheden hadden tot gevolg dat legkippen veel van de voor hun welzijn essentiële gedragingen niet konden uitvoeren. Door de onmogelijkheid om een normaal bewegingspatroon te volgen, kwam veel botzwakte voor waardoor de dieren een groot risico liepen op botbreuken bij het vangen en transporteren. Destijds gaf de Europese commissie aan dat het niet voldoende is slechts de beschikbare oppervlakte per kip te vergroten omdat meer ruimte in een kale kooi kon leiden tot grotere agressiviteit. Gesteld werd dat het derhalve noodzakelijk was de kooi te verrijken zodat de kip een aantal essentiële behoeften kan bevredigen. De kooi moet de kip, aldus de mededeling van Europese Commissie, de gelegenheid bieden tot op stok gaan, eieren leggen in een nest, bodempikken, scharrelen en stofbaden. In de verrijkte kooi en koloniekooihuisvesting is de oppervlakte per kip weliswaar groter, maar is er in de praktijk geen mogelijkheid tot bodempikken, scharrelen en stofbaden. Hierdoor komt er ook bij de nog toegestane kooihuisvesting veel botzwakte voor. Aangezien het vangen van de kippen uit de kooien aan de poten plaatsvindt, is er een onaanvaardbaar groot risico op botbreuken.

In 2006 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) het LEI (Landbouw Economisch Instituut) gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de gevolgen van een verbod op kooihuisvesting in Nederland. In augustus 2007 is er een rapport uitgebracht met de titel ‘Verbod op verrijkte kooien voor leghennen in Nederland, Een verkenning van de gevolgen’. 1 Hierbij is het welzijn van kippen in verrijkte kooien en koloniekooien weergegeven en met elkaar en met de traditionele legbatterijkooien vergeleken. Hieruit volgt de volgende samenvatting:

“Verrijkte kooien zijn kooien waar ten opzichte van de legbatterij extra elementen zijn toegevoegd om hennen de gelegenheid te bieden hun soortspecifieke gedrag te kunnen uiten. Deze extra onderdelen zijn: ruimte, legnesten, zitstokken en strooisel. Geconcludeerd wordt echter dat ondanks de extra inrichtingselementen de verrijkte kooien met betrekking tot diergezondheid niet noemenswaardig verschillen van traditionele kooien. De koloniekooi is een ruimere versie van een verrijkte kooi." We wisten dus al bijna 15 jaar geleden dat de verrijkte kooi nauwelijks een verbetering was op de kale legbatterij.

Het Besluit houders van dieren Artikel 2.72. Houden en huisvesten in aangepaste kooien: verrijkte kooien, schrijft voor:
1 Legkippen die worden gehuisvest in een kooi als bedoeld in artikel 2.68, derde lid hebben ten minste de beschikking over:
a. 750 cm2 oppervlakte waarvan 600 cm2 bruikbare oppervlakte per legkip, met dien verstande dat de kooi boven andere plaatsen dan de bruikbare oppervlakte op elk punt ten minste 20 cm hoog moet zijn en dat de totale oppervlakte van een kooi niet kleiner mag zijn dan 2.000 cm2;
b. een nest;
c. een met strooisel bedekte ruimte die ten minste 20 cm hoog is, waar de legkippen kunnen scharrelen en bodempikken;
d. een zitstok met een lengte van 15 cm per legkip en een vrije ruimte boven de zitstok van 20 cm;
e. een voerbak waarvan de lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant ten minste 12 cm per legkip bedraagt;
f. een passende voorziening die het doorgroeien van nagels tegengaat, en
g. een continu werkende drinkgoot waarvan de lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant ten minste 10 cm per legkip bedraagt dan wel drinknippels of drinkwaterbakjes, waarvan er ten minste twee voor een legkip bereikbaar zijn.
2 De bodem van de kooi biedt steun aan alle naar voren gerichte tenen van beide poten van de legkip.

In de verrijkte kooi heeft een kip dus iets meer dan een A4-tje ruimte (750 cm2), een zitstok (15 cm/kip), strooisel en een legnest. Voor het strooisel en het legnest bestaan geen verplichte minimale afmetingen. Afhankelijk van de kooi kan de groepsgrootte variëren van 10 tot 60 kippen per kooi, maar de ruimte per kip blijft hetzelfde. 2

Er wordt maar zelden daadwerkelijk strooiselmateriaal aangeboden, omdat dit voor stof zorgt en de verstrekking arbeidsintensief is.

Kippen gebruiken in natuurlijke omstandigheden struiken en bomen om op een hoger niveau te zitten als bescherming tegen roofdieren en om te ontsnappen aan dominantere groepsleden in de pikorde. De zitstokken in de kooien zijn echter niet hoog genoeg voor de kip om zich veilig te voelen, verhinderen de bewegingsvrijheid in de kooien, en laten toe dat hennen van onderen gepikt kunnen worden door hun lotgenoten.

Zelfs waar de ‘verrijkte’ kooien voldoen aan de eisen van de Wet, voldoen ze niet aan de fundamentele, natuurlijke behoeftes van de dieren.

In 2006 besloot Nederland dat er vanaf 2008 geen nieuwe verrijkte kooien meer gebouwd mochten worden. Per 1 januari 2021 is de verrijkte kooi verboden in Nederland (artikel 2.68, lid 3 van het Besluit houders van dieren). In bijvoorbeeld Luxemburg en Zwitserland is de verrijkte kooi al verboden. 3 4

Er zijn nog 11 bedrijven in Nederland die leghennen in verrijkte kooien houden. Het gaat daarbij om circa 735.000 kippen (bron: I&R), circa 1,5 % van het totaal aan leghennen in Nederland. Deze bedrijven zijn als het goed is nu bezig met de laatste ronde kippen, want een ronde duurt gemiddeld ongeveer anderhalf jaar. 5

Wetgeving België

In België wordt het welzijn van de legkippen vastgelegd in het “Koninklijk besluit tot vaststelling van de minimumnormen voor de bescherming van legkippen” van 17 oktober 2005. 1 Dit vormt de nationale omzetting van de Europese Richtlijn 1999/74, die het welzijn van leghennen regelt op bedrijven met minstens 350 legkippen. Eerder bestond er ook al een Europese Richtlijn en een Koninklijk Besluit, waarin de normen werden vooropgesteld waaraan klassieke batterijen voor leghennen moesten voldoen. Uiteindelijk vaardigde in 1999 de tweede Richtlijn een verbod op dergelijke batterijen uit vanaf 1 januari 2012. Daarbij werden normen vooropgesteld m.b.t. de alternatieven: de niet-kooisystemen (scharrelstallen en volières) en de verrijkte kooisystemen. Deze laatste zijn ruimere kooien, uitgerust met extra voorzieningen zoals zitstokken, stofbaden en legnesten.

Verrijkte kooien in België moeten voldoen aan onderstaande richtlijnen 2:

  • De kooioppervlakte moet ten minste 750 cm2 per dier bedragen, waarvan 600 cm2 bruikbaar (ten minste 30 cm breed, met ten hoogste 14 % helling, ten minste 45 cm hoog en zonder legnesten)

  • De rest van de kooioppervlakte moet een hoogte van minstens 20 cm hebben

  • De kooi moet minstens 2000 cm2 groot zijn

  • Volgende voorzieningen zijn vereist:
    o Een nest (apart, geen contact met draadgaas)
    o Een scharrelruimte (met strooisel = materiaal met losse structuur bedekt)
    o Een zitstok (15 cm/dier)
    o Nagelgarnituur

  • Per dier moet een voederbaklengte van 12 cm beschikbaar zijn

  • Voldoende drinkgootlengte of minstens 2 nippels of bakjes per dier bereikbaar

  • De gangen tussen de rijen kooien dienen minstens 90 cm breed te zijn

  • De onderste kooien moeten 35 cm boven de grond worden geplaatst

Verrijkte kooien onderscheiden zich van de klassieke kooien door de aanwezigheid van extra uitrusting. Waar in niet-verrijkte kooien in principe alleen voeder- en watervoorzieningen aanwezig zijn, komen daar in verrijkte kooien zitstokken, legnesten en een scharrelruimte bij. Bovendien is de vereiste oppervlakte per dier groter. De groepsgrootte per kooi is vrij te kiezen. Deze varieert in de praktijk van een 10-tal tot 60 of meer dieren. 3

Ben Weyts

In november 2018 maakte Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts bekend dat hij een verbod nastreeft op het houden van legkippen in verrijkte kooien in Vlaanderen en dat graag opgenomen ziet in het volgende regeerakkoord. Animal Rights ziet de afschaffing van de kooien als een eerste stap voor de leghennen.

Naar aanleiding van de Vlaamse beelden van kippen in verrijkte kooien, overhandigde Animal Rights in april 2019 de petitie voor het sluiten van de horror-schuren aan Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts, om hem te herinneren aan zijn belofte om het kooisysteem voor leghennen af te schaffen. De petitie werd maar liefst 30.700 keer ondertekend.

Animal Rights verwelkomt het besluit van minister Weyts, maar ons recente onderzoek naar horrorschuren in Vlaanderen en Nederland toont aan dat het verbod op kooisystemen nog lang niet ver genoeg gaat. Ook in scharrelstallen is het leed niet te overzien.

Het vangen van kooihennen

Koloniekooi en het Duitse verbod

Het Besluit houders van dieren Artikel 2.71. Houden en huisvesten in aangepaste kooien: koloniehuisvesting, schrijft voor:
1 Een kooi als bedoeld in artikel 2.68, tweede lid, heeft:
a. een hoogte van ten minste 60 cm aan de zijde van de kooi waar de voerbak zich bevindt;
b. een hoogte van ten minste 50 cm boven de bruikbare oppervlakte;
c. een oppervlakte van ten minste 25.000 cm2, en
d. ten minste twee zitstokken.
2 Legkippen die worden gehuisvest in een kooi als bedoeld in artikel 2.68, tweede lid, hebben ten minste de beschikking over:
a. 800 cm2 bruikbare oppervlakte per legkip met een gewicht van ten hoogste twee kilogram en 900 cm2 bruikbare oppervlakte per legkip met een gewicht van meer dan twee kilogram;
b. een nest;
c. een met strooisel bedekte ruimte waar de legkippen kunnen scharrelen en bodempikken;
d. een zitstok met een lengte van ten minste 15 cm per legkip en een vrije ruimte boven de zitstok van ten minste 20 cm;
e. een voerbak met een lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant van ten minste 12 cm per legkip met een gewicht van ten hoogste twee kilogram en van ten minste 14,5 cm per legkip met een gewicht van meer dan twee kilogram;
f. een passende voorziening die het doorgroeien van nagels tegengaat, en
g. een continu werkende drinkgoot waarvan de lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant ten minste 10 cm per legkip bedraagt dan wel drinknippels of drinkwaterbakjes, waarvan er ten minste twee voor een legkip bereikbaar zijn.
3 De zitstokken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, worden op verschillende hoogtes in de kooi geplaatst.
4 Het nest, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is minder verlicht dan andere gedeelten van de kooi en heeft een oppervlak van ten minste:
a. 2.700 cm2, wanneer in de kooi 30 of minder legkippen worden gehouden, of
b. 90 cm2 per legkip, wanneer in de kooi meer dan 30 legkippen worden gehouden.
5 De met strooisel bedekte ruimte, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, heeft een oppervlak van ten minste:
a. 2.700 cm2, wanneer in de kooi 30 of minder legkippen worden gehouden, of
b. 90 cm2 per legkip, wanneer in de kooi meer dan 30 legkippen worden gehouden.
6 Indien een kooi als bedoeld in artikel 2.68, tweede lid, wordt gebruikt voor het houden en huisvesten van ten minste vijf en ten hoogste acht legkippen voor het testen van legkippen ten behoeve van de fokkerij zijn tot 1 januari 2035 niet van toepassing:
a. het eerste lid, onderdelen a en b, met dien verstande dat de hoogte van de kooi aan de zijde waar de voerbak zich bevindt en boven de bruikbare oppervlakte ten minste 45 cm bedraagt;
b. het eerste lid, onderdeel c;
c. het vereiste inzake de oppervlakte van het nest, bedoeld in het vierde lid, met dien verstande dat het nest een oppervlakte heeft van ten minste 90 cm2 per legkip; en
d. het vijfde lid, met dien verstande dat de met strooisel bedekte ruimte, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, een oppervlakte heeft van ten minste 90 cm2 per legkip.
7 Er is sprake van het testen van legkippen ten behoeve van de fokkerij, bedoeld in het zesde lid, indien:
a. de legkippen nakomelingen zijn uit kruisingen van raszuivere dieren;
b. het testen ten minste inhoudt dat frequent metingen en waarnemingen worden verricht ten aanzien van het aantal gelegde eieren, de sterfte en het gedrag, en. c. de bij het testen verkregen gegevens ter beschikking zijn van het fokbedrijf.

In koloniekooien leven groepen van 30 tot 60 kippen. De kooi is iets hoger dan de verrijkte kooi (gemiddeld 55 cm hoog, ten opzichte van gemiddeld 45-50 cm bij verrijkte kooien), heeft twee zitstokken (nog steeds van minimaal 15 cm/kip) op verschillende hoogtes, een groter matje/strooisel en legnest (van beide 90 cm2). Maar de kip heeft nog altijd maar zo’n 1,5 A4-tje aan ruimte, 800 cm2 voor kippen die minder wegen dan 2 kg, 900 cm2 voor kippen die meer wegen dan 2 kg (Bhd, artikel 2.71, lid 2).



Er is geen reden om aan te nemen dat de gezondheid van de hennen in koloniekooien anders zal zijn dan in verrijkte kooien. Wel is de oppervlakte per dier in de koloniekooi groter dan in verrijkte kooien (800 versus 750 cm2/dier), maar onderzoeken konden geen verschillen in resultaten aantonen en het is de vraag of dit voor het dier duidelijk merkbare verschillen oplevert.

Met betrekking tot zowel de strooiselvoorziening als de nestruimte biedt de koloniekooi minimaal 90 cm2 per hen aan. Voor verrijkte kooien worden geen specifieke maten aangegeven. Bij gelijke uitvoering van de voorzieningen is het niet te verwachten dat er verschillen zijn in stofbadgedrag en scharrelmogelijkheden tussen koloniekooien en verrijkte kooien en uit de praktijk blijkt dat bij de meeste uitvoeringen van verrijkte kooisystemen het legnest vergelijkbaar of groter is dan bij de koloniekooi. Wat betreft de zitstoklengte per dier zijn er geen verschillen tussen koloniekooien en verrijkte kooien. Wel is het in de koloniekooi verplicht om zitstokken op minimaal twee verschillende hoogten te verstrekken.

De vraag is of dit een daadwerkelijke verbetering van het systeem is. Een laag geplaatste zitstok biedt de hennen wel de mogelijkheid om op stok te gaan, maar voorkomt dat de hennen elkaar kunnen bevuilen met mest. Ook is de kans op cloacapikkerij lager. Een verhoogde stok zal, afhankelijk van de hoogte, een verhoging van dit risico opleveren (EFSA, 2005). Ook zal een verhoogde zitstok eerder een obstakel vormen waaraan hennen zich kunnen bezeren en die hun bewegingsmogelijkheden beperkt. Een voordeel van een hoog opgestelde zitstok kan zijn dat de hennen die erop zitten niet gestoord worden door andere hennen. Dit is echter pas het geval bij zitstokken die minimaal zo'n 40 cm hoog opgesteld zijn, wat ook in de koloniekooi onmogelijk is. De striktere regels voor zitstokken in de koloniekooien leveren niet per se een verbetering van het welzijn van de hennen op.

Hieruit kan geconcludeerd worden dat de koloniekooi in de praktijk vrijwel vergelijkbaar is met de verrijkte kooi, waardoor er geen significante verschillen in welzijnsniveau voor de hennen zijn. De koloniekooi biedt meer ruimte per dier en enkele centimeters meer verticale ruimte. Of de dieren hier in de praktijk iets van zullen merken is mede afhankelijk van de verdere inrichting van het systeem. De verhoogde zitstokken in de koloniehuisvesting kunnen daarbij zowel positief als negatief werken. Verder is de minimale afmeting van de verplichte nest- en strooiselruimte alleen voor de koloniekooi wettelijk vastgelegd.

In de praktijk is echter gebleken dat zowel bij de koloniekooien als bij de verrijkte kooien juist het matje in het legnest en de strooiselvoorziening ontbreken.

Aangezien de uitvoering van de koloniekooi en de verrijkte kooi nauwelijks van elkaar verschillen en het welzijn van de leghen vergelijkbaar is, is het niet houdbaar het verbod enkel te laten gelden voor het houden van leghennen in verrijkte kooisystemen en het huisvesten van leghennen in koloniekooien nog voor onbepaalde tijd toe te staan.

Met de koloniekooi volgde Nederland het voorbeeld van Duitsland, waar de verrijkte kooi nooit is toegestaan als alternatief voor de kale legbatterij en waar als opvolger de zogenaamde ‘Kleingruppenhaltung’ werd ontwikkeld. Nederland, een groot exporteur van eieren naar Duitsland, nam deze norm over onder de naam koloniehuisvesting. In 2015 besloot Duitsland de Kleingruppenhaltung per 2025 te verbieden in verband met het grote dierenleed. Koloniehuisvesting wordt beschouwd in strijd te zijn met de nationale dierenwelzijnsregels (Deutsche Bundestag, 2012). 1

Hiermee verdwijnt de grondslag voor het Nederlandse besluit koloniekooien als minimumstandaard te blijven toestaan. Er is in Nederland echter nog geen intentie om de koloniekooi te verbieden. 29 bedrijven houden nog leghennen in koloniekooien; zij houden circa 3,75 miljoen kippen (bron: I&R), circa 8% van het aantal legkippen in Nederland. 2 3

Aantal kippen zonder uitloop

Naast de verschrikkelijke kooisystemen zijn er nog veel meer leghennen die nooit buiten komen en geen of minimaal daglicht zien, voordat ze op transport gaan naar het slachthuis. Het aantal legkippen in een scharrelsysteem zonder uitloop is circa 22 miljoen (bron: I&R), circa 48 % van het aantal legkippen in Nederland. Samen met de 9,5% kippen die nog in kooien leven, kom je dan op 57,5% van de leghennen die nooit buiten komen.

Maar ook hier zijn er verschillende cijfers beschikbaar uit verschillende bronnen (zie volgende hoofdstuk). Volgens de cijfers van Agrimatie werden in 2018: 14% van de leghennen gehouden in kooien, 60% in scharrelsystemen zonder uitloop, 19% in scharrelsystemen met uitloop en 7% in een biologisch houderijsysteem. Uitgaande van deze cijfers gaat het om 74% van de leghennen die geen buitenlucht ziet of voelt, tegenover 57,5% hierboven. 1

In een artikel uit mei 2019 in 'Boerderij' staat: "In Nederland, de 6e eierproducent in de EU, zit volgens de Europese Commissie, 16,1% van de 33 miljoen legkippen in verrijkte kooisystemen."

Verwarring over aantallen kooikippen

In de hele EU zit nog net iets meer dan de helft van de legkippen in kooien: 50,4%. Van de 48,5 miljoen legkippen in Polen, zit 84,5% in verrijkte kooien, van de 43,6 miljoen legkippen in Spanje, zit 82,3% in verrijkte kooien. Van allen 397 miljoen legkippen in de EU is 27,8% scharrelkip, 16,3% vrije uitloop en wordt 5,4% biologisch gehouden. 1 2

Volgens de voorlopige cijfers van 2019 waren er op dat moment in Nederland in totaal 44.252.084 leghennen, waarvan er 10.896.823 jonger dan 18 weken (opfok, leggen nog geen eieren) waren, 29.889.411 waren tussen de 18 weken en 20 maanden oud ('productieve', eierleggende hennen), en 3.465.850 waren 20 maanden of ouder (aan het eind van hun 'productieve' leven, nog steeds slechts een fractie van hun natuurlijke levensverwachting).
Daarnaast waren er op dat moment 1.573.590 ouderdieren van leghennen, waarvan 386.444 in opfok en 1.187.146 in 'productie'. De cijfers, afkomstig van het CBS, maken echter geen onderscheid in houderijsysteem. 3

Voor 2016 blijkt uit de KIP (Koppel Informatiesysteem Pluimvee) database van Avined dat er in dat jaar 35 miljoen leghennen in Nederland aanwezig waren, waarvan 18% was gehuisvest in verrijkte kooien of koloniekooisystemen. Dit zijn zo’n 6.300.000 legkippen.

Uit een overzicht van de European Egg Processors Association van augustus 2017, blijkt dat er 6.133.000 kooikippen zijn in Nederland, verdeeld over 62 bedrijven en uit het PPE (Pluimveebedrijven en Levend Pluimvee) kipsysteem blijkt dat in 2018 14% van de hennen gehouden werden in kooihuisvesting. 4

Volgens Agrimatie is in 2018 de verdeling van het aantal hennen per houderijsysteem als volgt: 13% van de hennen in verrijkte kooi-/koloniehuisvesting, 60% scharrelhennen (binnen gehouden), 19% scharrelhennen met vrije uitloop en 7% biologische hennen. 5

Bij brief van 4 oktober 2019 zijn door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, als onderdeel van de Vaststelling van de begrotingsstaten van haar Ministerie voor 2020, vragen beantwoord over het aantal kippen dat nog in verrijkte en koloniekooien wordt gehouden in Nederland. Uit de antwoorden blijkt dat er in Nederland 14 bedrijven zijn waar kippen gehouden worden in verrijkte kooien waarbij in totaal circa 735.000 leghennen worden gehouden. Er zijn in Nederland 29 bedrijven waar kippen in koloniekooien gehouden worden, waarbij in totaal circa 3.750.000 leghennen gehouden worden (bron: I&R). 6

Hoeveel opfokhennen, ouderdieren van legkippen en ouderdieren van vleeskuikens gehuisvest zijn in kooisystemen is onduidelijk. Het CBS maakt hierin geen onderscheid en er is weinig tot niets over gepubliceerd.

Op 18 maart 2020 kregen we antwoord op onze vragen van het RVO:
1a)Op hoeveel pluimveehouderijen worden er nog kippen in verrijkte kooi systemen gehouden?
Antwoord: Op 11 pluimveehouderijen worden kippen gehouden in verrijkte kooi systemen.
1b)In welke gemeenten zijn deze bedrijven gehuisvest?
Antwoord: Deze bedrijven zijn, om aan de AVG te voldoen gebundeld per regio: Noord (Gr/Fr/Dr/NH/Fl/Ov) 2, Midden (Utr/ZH/Ge) 2, Zuid (Li/Nbr/Ze) 7.
1c)Om hoeveel kippen, onderverdeeld naar leg: legkippen/opfokhennen/(groot)ouderdieren gaat het?
Antwoord: Het betreft uitsluitend legkippen. In totaal zijn het ca. 1 mln. kippen.
1d)Om hoeveel kippen gaat het, onderverdeeld naar vlees?
Antwoord: Geen, het betreft uitsluitend legkippen.

2a)Op hoeveel bedrijven worden er nog kippen in kolonie kooi systemen gehouden?
Antwoord: Op 29 bedrijven worden kippen gehouden in kolonie kooi systemen.
2b)In welke gemeenten zijn deze bedrijven gehuisvest?
Antwoord: Deze bedrijven zijn. Om aan de AVG te voldoen gebundeld per regio: Noord 6, Midden 6, Zuid 17.
2c)Om hoeveel kippen, onderverdeeld naar leg: legkippen/opfokhennen/(groot)ouderdieren gaat het?
Antwoord: Het betreft uitsluitend legkippen. In totaal zijn het ca. 3,4 mln. kippen.
2d)Om hoeveel kippen gaat het, onderverdeeld naar vlees?
Antwoord: Geen, het betreft uitsluitend legkippen.

Het aantal Pluimveehouders die de 'houderijvorm Kooi' hebben neemt al jaren af, volgens het RVO. Een enkeling gaat over van verrijkte kooi naar kolonie kooi. Dit heeft als gevolg dat de gegevens over deze houderijvorm al snel niet meer actueel zijn.

Ouderdieren

Tijdens de opfokperiode worden toekomstige leghennen over het algemeen op dezelfde wijze gehouden als ze tijdens hun 'productie' periode gehuisvest worden. Dus naast de leghennen leven ook de opfokhennen (dit zijn de opgroeiende legkippen voordat ze eieren leggen; grofweg de eerste 15 tot 20 weken van hun leven), maar ook de ouderdieren van de leghennen (de hennen die de broedeieren met toekomstige legkippen leggen en de hanen die hen bevruchten) en de grootouderdieren (de hennen die de bevruchte eieren met de toekomstige ouderdieren leggen en de hanen die hen bevruchten) over het algemeen in kooien.

Hoewel de vleeskuikens in hun korte leven niet gehuisvest mogen worden in een kooi, kunnen de ouderdieren van de vleeskuikens en de grootouderdieren wel in kooien gehuisvest worden.

Voor grootouder- en ouderdieren (zowel hanen als hennen) van leghennen zijn in het Besluit houders van dieren geen specifieke huisvestings- en verzorgingsnormen opgenomen. Daar waar voor vleeskuikenouderdieren wel een aparte paragraaf is opgesteld (paragraaf 6.1a), ontbreekt deze dus voor de ouderdieren van leghennen. 1 Als specifieke huisvestingseisen voor een dier(soort) ontbreken, wordt teruggevallen op de algemene huisvestingsvereisten als opgenomen in artikel 1.6 en 1.8 van het Besluit houders van dieren. Hierin is onder meer opgenomen dat de bewegingsvrijheid van een dier niet op zodanige wijze wordt beperkt dat het dier daardoor onnodig lijden of letsel wordt toegebracht en dat een dier voldoende ruimte wordt gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften. Een minimale afmeting of materiaalgebruik van het dierenverblijf voor het houden van ouderdieren ontbreekt dus.

Uit de van toepassing zijnde milieuregelgeving volgt dat daarin geen onderscheid gemaakt wordt in het huisvestingssysteem voor het houden van legkippen voor de productie van consumptie eieren en voor legkippen voor de productie van broedeieren (de (groot)ouderdieren).

Uit art. 2.65d van het Besluit houders van dieren volgt dat kooisystemen voor ouderdieren van vleeskuikens zijn toegestaan. Hiervoor geldt een minimaal leefoppervlak van 1.300 cm2 per ouderdier met een hoogte van minimaal 70 cm boven het vloeroppervlak en de totale beschikbare vloeroppervlak van de kooi, dient ten minste 2.850 cm2 te zijn. Ze hebben de beschikking over een zitstok met een lengte van ten minste 7 cm per ouderdier, met een vrije ruimte van ten minste 10 cm onder de zitstok en ten minste 35 cm daarboven, en een voerbak waarvan de lengte van de voor ouderdieren toegankelijke kant per ouderdier ten minste 12,5 cm bedraagt of, indien het een ronde voerbak betreft, een per ouderdier toegankelijke plek van ten minste 5 cm.
Indien het eindgewicht van de hen behorende tot het koppel ouderdieren niet meer is dan 2,4 kilo, dan wordt een leefoppervlak van 1.200 cm2 per ouderdier voldoende geacht. Voor een dier dat wordt opgefokt om te worden gehouden als ouderdier, moet het vloeroppervlakte ten minste 666 cm2 per dier betreffen (art. 2.65e Bhd).

In art. 2.65d lid 5 van het Besluit houders van dieren staat vermeld dat een koppel ouderdieren waarvan de hen een eind gewicht heeft van ten hoogste 2,4 kilo, permanent moet beschikken over luzerne, snijmaissilage of daarmee vergelijkbaar ruwvoer. Hieruit volgt dat ouderdieren waarvan de hen een eindgewicht heeft van boven de 2,4 kilo, het koppel niet permanent de beschikking hoeft te hebben over luzerne, snijmaissilage of daarmee vergelijkbaar ruwvoer. Vleeskuikenouderdieren krijgen een deel van hun leven beperkt voedsel om het overgewicht, dat 'in de genen zit' om in 6 weken tijd een slachtrijpe 'plofkip' te 'produceren', binnen de perken te houden. Vleeskuikenouderdieren worden vaak niet ouder dan 50 weken.

Verder is het ook bij kooihuisvesting van ouderdieren van vleeskuikens verplicht een legnest en een strooiselruimte aanwezig te hebben in de kooi en dient het ouderdier over een hoogte van 70 cm vanaf het vloeroppervlak te beschikken. Het vloeroppervlak is horizontaal en is dicht of bestaat uit roosters van hout of kunststof, niet zijnde draadroosters.

Door de onnatuurlijke omstandigheden vertonen hanen geen baltsgedrag. De hennen hebben daardoor geen interesse in de hanen. Dit leidt tot ruw paargedrag van de hanen, ook omdat de hanen zwaar zijn. Dit kan leiden tot chronische stress, angst en verwondingen. In de kooi is er nauwelijks de mogelijkheid voor de hen om geweld te ontvluchten.

Per 1 september 2018 is het niet langer toegestaan de snavel bij kippen in te korten. Deze ingreep werd destijds uitgevoerd om het verwonden van kippen onderling te beperken. Indien men echter de huisvestingssystemen niet aanpast, zal het verwonden van elkaar, nu de snavel niet meer ingekort wordt, toenemen. In de kooien kunnen de kippen elkaar niet ontlopen en is er bovendien geen afleiding. Ook als er enige afleiding toegevoegd wordt aan de kooi, blijft het feit aanwezig dat de dieren elkaar niet uit de weg kunnen gaan, zeker niet als één van de kippen een verwonding oploopt. Dit lokt nou eenmaal nog meer pikgedrag bij soortgenoten uit.

Voor ouderdieren van leghennen, (groot)ouderdieren van trager groeiende vleeskuikens en eendagskuikens van kippen bestemd voor de export geldt echter een vrijstelling van het verbod op de snavelbehandeling tot 1 september 2023. Ook is er een vrijstelling op het verbod op de snavelbehandeling voor pluimvee gehouden in zogenaamde verandastallen tot 1 januari 2027. De verandastal is een meer-etage huisvestigingsysteem voor vleeskuikenouderdieren.

Kooi-eieren

Door de Nederlandse supermarktketens worden in principe geen losse kooi-eieren meer verkocht. Kooi-eieren worden vooral als ingrediënt verwerkt in etenswaren, zoals bakkerijproducten, pasta en sauzen, maar ook in bijvoorbeeld shampoo en lijm. Een deel van de Nederlandse kooi-eieren wordt geëxporteerd naar het buitenland, waaronder Duitsland. Nederlandse kooi-eieren worden echter ook nog steeds verkocht aan de horeca, in (buurt)winkels, door marktkramers, en via 'ei drive-ins' bij pluimveebedrijven.

Veel mensen weten niet dat Nederland nog kooi-eieren produceert. De gedachte is dat het houden van kippen in krappe kooien iets van het verleden is. Een barbaars systeem dat gelukkig is afgeschaft. Men weet niet dat er nog miljoenen kippen in krappe kooien zitten opgesloten, met nauwelijks meer ruimte dan hun voorgangers hadden in de verboden legbatterijen. Woon je in de stad en koop je je eieren bij bijvoorbeeld Poolse, Turkse of Aziatische buurtwinkels dan loop je nog steeds de kans dat je met kooi-eieren thuiskomt.

Kooi-eieren zijn te herkennen aan het eerste cijfer van de ei-code die op ieder ei gestempeld moet staan. Is dit een 3 dan gaat het om een kooi-ei (0= biologische ei, 1= vrije-uitloopei of grasei, 2= scharrelei of rondeel).

Kippenhouders willen doen geloven dat het kooi-ei het meest duurzaam is. Dat klopt tot op zekere hoogte als je het welzijn en de rechten van het dier negeert. Onderzoekers van Rikilt, Biometris en de Wageningen UR vergeleken de duurzaamheid van gangbare, biologische, scharrel- en vrije uitloop-eieren. Vanuit milieuoogpunt kwam het ei uit de verrijkte kooi als beste uit de test. Dit systeem produceert volgens de onderzoekers het minst ammoniak en CO2 per dier. Vrije uitloop-eieren en biologische eieren behaalden op dat aspect de slechtste score. 1 2

Kippen in kooien zouden ook voor minder stofuitstoot zorgen (milieu en gezondheid). Daarnaast is het in de schuren zelf minder stoffig, wat goed is voor de longen van de kippen. Dit komt echter omdat de dieren niets hebben om in te scharrelen of te stofbaden.
Ook zouden de dieren gezonder zijn, omdat ze niet met hun eigen mest in aanraking komen of die van hun lotgenoten, en ook niet buiten wormen kunnen oppikken, zoals bij vrije uitloopsystemen. De draadgazen bodem waar de mest doorheen valt in een kooi heeft echter ook grote nadelen. 3

Schaalvergroting pluimveehouderijbedrijven

Er is een duidelijke tendens waarneembaar dat het aantal pluimveebedrijven gestaag daalt, terwijl het aantal opgesloten kippen relatief stabiel is. Er is dus sprake van een nog steeds verdergaande schaalvergroting en intensivering in de pluimveehouderij.

2007:
- pluimveebedrijven: 2.686
- vleeskippen: 43.351.898
- legkippen: 41.224.835  

2012:
- pluimveebedrijven: 2.141
- vleeskippen: 43.846.343
- legkippen: 42.810.311

2018:
- pluimveebedrijven: 1.638
- vleeskippen: 41.789.096
- legkippen: 45.452.910

Wettelijke eisen en de praktijk

Al in 1988 werd door het Zweedse parlement een wet goedgekeurd, die de kale legbatterijkooihuisvesting voor leghennen verbood. 1

Reeds in een Mededeling van de Europese Commissie van 13 maart 1998, nr. 98/0092 (CNS) inzake de bescherming van legkippen in diverse houderijsystemen, is te lezen dat legkippen in ieder geval de beschikking zouden moeten hebben over voldoende bewegingsvrijheid alsook over de mogelijkheid om eieren in een nest te leggen, te stofbaden, te scharrelen en bodempikken en op stok te gaan. 2 Hieruit vloeit logischerwijs voort dat kippen in principe niet in kooien gehouden kunnen worden.

In Richtlijn 1999/74 ‘Minimumnormen voor de bescherming van legkippen’ staat het verbod van de legbatterij per 1 januari 2012. 3 Aangepaste kooien zijn nog wel toegestaan. Eisen daarvoor zijn onder meer: tenminste 750 cm2/kip waarvan 600 cm2 bruikbare ruimte; een nest ("een aparte ruimte voor een individuele kip of een groep kippen, die geschikt is voor het leggen van eieren en waarin (…) de kippen niet in contact komen met draadgaas"), een met strooisel bedekte ruimte waar de kippen kunnen scharrelen en bodempikken ("strooisel: materiaal met een losse structuur waarin de kippen aan hun ethologische behoeften kunnen voldoen"); een geschikte zitstok met een lengte van tenminste 15 cm/kip.

In 2002 stuurt minister Brinkhorst van D66 zijn Beleidsnota dierenwelzijn en het Legkippenbesluit naar de Tweede Kamer. Brinkhorst geeft aan dat het houden van leghennen in kooien onaanvaardbaar is. Een (verrijkte) kooi biedt onvoldoende welzijn voor de legkippen (geen strooisel voor scharrelen, bodempikken en stofbaden/te weinig ruimte voor normaal bewegen en liggen). Het is daarom gewenst direct over te gaan van de legbatterij naar alternatieve systemen. 4
De ambitie van de nota is om binnen 10 tot 20 jaar de houderij van dieren om te buigen in de richting van het perspectief van het soorteigen gedrag. Het houderijsysteem is daarbij aangepast aan het dier. Een aantal praktijken staat in Nederland al enige tijd ter discussie als welzijnsonvriendelijk. Het gaat hierbij onder andere om het lange-afstand-transport van levende dieren, de castratie van biggen, de handel in bepaalde soorten exoten, de kooisystemen bij de konijnenhouderij en de legkippen en de honger en groeiproblemen bij de vleeskuikenouderdieren.

Helaas werd het voorstel (inclusief het verbod op verrijkte kooien) door de Tweede Kamer terugverwezen. De opvolger van minister Brinkhorst, de in 2002 aangetreden minister Veerman, schreef in een brief aan de Tweede Kamer dat hij de Europese richtlijn zou volgen en de verrijkte kooi wél zou toestaan. 5 6 7

Op 19 mei 2004 is het Legkippenbesluit 2003 in werking getreden. In de Memorie van Toelichting staat dat hiermee vanaf 1 januari 2012 een einde komt aan het houden van kippen in kale batterijkooien. Het besluit stelt in artikel 4 Legkippenbesluit (nu art. 2.70 Besluit houders van dieren) een aantal randvoorwaarden aan het houden van legkippen, waarvan de belangrijkste zijn dat de minimumruimte waarover de kippen moeten kunnen beschikken 1111 cm2 per kip (dit is bijna 2 A4-tjes) betreft en de omvang van de strooiselvoorziening 250 cm2 per kip. Alle eieren die zijn geproduceerd in huisvestingssystemen die aan de eisen van het besluit voldoen, zullen als scharreleieren verhandeld mogen worden.

In 2006 wordt een motie van de PvdD aangenomen voor een verbod op kooien. 8

In de Nota dierenwelzijn (2007) van minister Verburg belooft ze - vijf jaar na de belofte van minister Brinkhorst - dat 15 jaar later, in 2022 dus, gehouden dieren behoeften voortvloeiend uit hun natuurlijk gedrag kunnen uiten, daglicht krijgen, voldoende ruimte hebben en geen fysieke ingrepen als gevolg van de wijze van het houden ondergaan. Transport van slachtvee over lange afstand vindt niet meer plaats; het perspectief van het dier is leidend bij de inrichting van stallen en de bedrijfsvoering; integraal duurzame houderijsystemen zullen de norm zijn; de nieuwe stalsystemen dienen zo te zijn ontworpen dat ingrepen aan het dier als gevolg van het huisvestingsysteem, zoals het couperen van staarten, knippen van tanden of het snavelbehandelen, binnen 15 jaar in principe tot het verleden behoren.

In 2009 introduceerde Duitsland een minimumstandaard voor het houden van kippen: Kleingruppenhaltung (in het Nederlands: Koloniehuisvesting). Dit betreft een kooisysteem. Omdat de Duitse markt voor de Nederlandse pluimveehouderij de belangrijkste exportmarkt is, wordt hierbij aansluiting gezocht. Per 1 januari 2010 was dit het enige toegestane kooisysteem in Duitsland.

In 2009 vraagt de motie Cramer - Atsma (Kamerstuk 31 200 XIV, nr. 120) de regering om het houden van legkippen in verrijkte kooien te verbieden per 1-1-2017, en het houden van legkippen in kooien alleen nog toe te staan wanneer dit gebeurt volgens de normen van het Duitse systeem van de 'Kleingruppenhaltung'. 9

Later dat jaar volgt een motie om het verbod op de verrijkte kooi toch weer uit te stellen van 2017 naar 2021. 10 Op 30 juni 2010 wordt dit vastgelegd in de Wijziging Legkippenbesluit. 11 Verrijkte kooisystemen mogen in Nederland tot 31 december 2020 worden toegepast indien het systeem voor 18 april 2008 is gebouwd en voor 18 april 2010 ook in gebruik is genomen. Voor koloniekooisystemen is op dit moment in Nederland geen einddatum vastgesteld, dus dit soort houderijsystemen mogen nog onbeperkt worden toegepast. Het Legkippenbesluit is per 1 januari 2012 opnieuw aangepast. Er wordt een artikel 4a toegevoegd met betrekking tot het houden van kippen in koloniekooihuisvesting.

Januari 2019 vindt er een debat over dieren in de veehouderij plaats. Landbouwminister Schouten wil een 'level playing field' en koloniekooien dus niet verbieden in Nederland en ook niet inzetten op een Europees verbod met het argument dat de markt zijn werk wel zal doen. Ze ontraadt twee moties van de PvdD hierover. 12 13

Het Besluit houders van dieren (Bhd) stelt wettelijke minimumeisen aan het houden van legkippen in kooien. Het Besluit is de implementatie van de Richtlijn 1999/74/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 juli 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen. 14 15

Besluit houders van dieren, artikel 1.6 luidt:
lid 1. De bewegingsvrijheid van een dier wordt niet op zodanige wijze beperkt dat het dier daardoor onnodig lijden of letsel wordt toegebracht.
lid 2. Een dier wordt voldoende ruimte gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften. Fysiologisch wil zeggen: door de natuur bepaald, of: de natuurlijke verrichtingen van levende wezens (of hun organen) betreffend. Ethologisch wil zeggen: het gedrag betreffend. Het gaat dus om de natuurlijke en gedragsafhankelijke behoeften van de dieren.

De regels die het huisvesten van kippen in kooien toestaan zijn in strijd met de Nederlandse en Europese regelgeving op het gebied van dierenwelzijn. De kooikip wordt zwaar belemmerd in haar behoeften. In het ‘Ongeriefrapport’ van de WUR uit 2011 is te lezen dat ondanks verschillende voorzieningen, leghennen en vleeskuikenouderdieren in kooisystemen slechts beperkt hun natuurlijke gedrag kunnen uitoefenen. Verrijkte kooisystemen, groepskooien en koloniehuisvesting hebben beperkingen voor het scharrelen, fladderen, stofbaden, rusten en nestgedrag. Zo is de bewegingsruimte in kooien beperkt en is het in kooien ook moeilijk om een adequate strooiselvoorziening aan te brengen. Het is de vraag of een kunstgrasmatje met los zaagsel voldoet aan de behoefte van hennen om te bodemkrabben en stofbaden.

In het Besluit houders van dieren artikel 1.8 staat:
lid 3. In de ruimte waarin een dier wordt gehouden, worden geen materialen en, in voorkomend geval, bodemdekking gebruikt die ongeschikt of schadelijk zijn voor het dier.
De bodem van de kooi voor een leghen of ouderdier is, met uitzondering van een kunststof matje, draadgaas. Dit is schadelijk voor de kip.

In het Besluit houders van dieren artikel 2.66 (Begripsbepalingen) is ‘nest’ omschreven als: “afgeschermde ruimte (..) die geschikt is voor het leggen van eieren (..) en waarin een legkip niet in contact kan komen met bodembestanddelen die bestaan uit draadgaas.”
Er bevindt zich in iedere kooi een met flappen afgeschermde ruimte wat het nest moet voorstellen, maar de bodem bestaat ook daarin uit draadgaas.

In het Besluit houders van dieren artikel 2.66 (Begripsbepalingen) is ‘strooisel’ omschreven als: “houtkrullen, stro, gehakseld stro, turf, zand of ander materiaal met een losse structuur dat legkippen in staat stelt aan hun ethologische behoeften te voldoen.”
Strooisel is echter zelden aanwezig. Meestal is er alleen een glad matje, zonder strooisel.

Art. 2.73, lid 1 Bhd: “Het geluidsniveau wordt zo laag mogelijk gehouden. Aanhoudend of plotseling lawaai wordt vermeden. (..) werking van ventilatietoestellen, voedermachines of andere apparaten veroorzaken zo weinig mogelijk lawaai.”
Als de ventilatoren in grote stallen zich in de voor- of achtergevel bevinden, is het bijbehorende geluidsniveau in het gedeelte nabij de ventilatoren echter zeer hoog. Het geluid waar een leghen aan bloot wordt gesteld is afhankelijk van haar positie in de schuur. Vaak wordt er in de stallen ook luide radiomuziek gedraaid.

Art. 2.73, lid 2 Bhd: “Het huisvestingssysteem is zodanig opgezet dat een legkip niet kan ontsnappen.”
Bij het verwijderen van dode kippen uit de afgesloten kooien komt het voor dat een andere kip uit de kooi ontsnapt. Deze kip komt dan los in de stal terecht en is moeilijk weer te vangen. In veel gevallen zal de kip dan overlijden aan honger en dorst omdat ze geen toegang meer heeft tot voer en water.

Art. 2.74 Bhd: Verzorging “De legkippen worden tenminste eenmaal per dag door de houder geïnspecteerd.”
Achter de flappen van de legnesten wordt niet dagelijks gekeken zo blijkt uit de vergane kippen die in legnesten worden aangetroffen. Zieke dieren trekken zich terug, waar mogelijk in de meer donkere legnesten en gaan daar dood.

Art. 2.75 Bhd: “Per 24 uur is er een ononderbroken periode van duisternis van 8 uur waarin de legkippen kunnen rusten.”
Het is de vraag of de lichten in de stallen 8 uur/etmaal uitgaan en of dit door de NVWA wordt gecontroleerd.

Artikel 4 lid 3 Besluit welzijn productiedieren "Een dier dat ziek of gewond lijkt, wordt onmiddellijk op passende wijze verzorgd. Wanneer die zorg geen verbetering in de toestand van het dier brengt, wordt zo spoedig mogelijk een dierenarts geraadpleegd."
Subsidiair: Artikel 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren "Het is de houder van een dier verboden aan een dier de nodige verzorging te onthouden."
Zieke en gewonden legkippen worden echter vaak niet verzorgd. Regelmatig worden legkippen aan hun lot overgelaten of door de veehouder zelf gedood.

De markt

Volgens de Rabobank biedt de stijgende vraag naar kooivrije eieren in de Europese Unie Nederland een concurrentievoordeel omdat wij deze kunnen leveren in tegenstelling tot concurrerende landen zoals Polen, waar bijna 90% van de hennen in verrijkte kooien zit. 1 ABN Amro verwacht dat veel Nederlandse leghennenhouders met scharrel, verrijkte kooi of koloniehuisvesting de komende jaren stoppen met hun bedrijf of omschakelen naar lucratievere huisvestingssystemen als vrije uitloop of biologisch of nieuwe concepten. 2

Veel afnemers van eieren stoppen of zijn gestopt met het gebruiken van kooi-eieren in hun producten, zoals Nestlé, Danone, Unilever en Starbucks. 3 4 5 6 7 Ook liggen eieren uit kooien in verschillende landen al niet meer in de supermarkten, zoals in Nederland. Frankrijk wil de verkoop van kooi-eieren in supermarkten vanaf 2022 verbieden.8 In Spanje wil de Spaanse dierenpartij, in navolging van Frankrijk, ook een verbod op kooi-eieren in supermarkten. 9

Eigenlijk zegt minister Schouten ook dat de 'productie' van kooi-eieren een aflopende zaak is en de markt zijn werk doet bij een einde aan de koloniekooien. Zo gaf ze als reactie op een motie van de PvdD op 24 januari 2019 om koloniehuisvesting te verbieden in Nederland: "In Nederland worden de verrijkte kooien uitgefaseerd en die zijn vanaf 2021 ook niet meer toegestaan. Vanuit het oogpunt van een level playing field ga ik nu niet op een verbod op koloniekooien inzetten. De markt doet hierbij ook al zijn werk. Er zijn ook steeds minder afnemers voor kooi-eieren. Dus ik ontraad deze motie.” 10

Toch zou het een vergissing en onrecht zijn om het einde van koloniekooien aan marktwerking over te laten. Houderijsystemen die voor dieren aantoonbaar schadelijk zijn, dienen verboden te worden vanwege die aantasting van het dierenwelzijn, en wel zo snel mogelijk. Het zou onrechtvaardig zijn om de dieren aan een dergelijk systeem te blijven blootstellen totdat dat systeem zijn economische relevantie verliest.

Corona

De corona crisis van 2020 gaf een inkijkje in wie de afnemers van kooi-eieren zijn. De verkoop van kooi-eieren is tijdens de coronacrisis enorm gedaald doordat horecagelegenheden zijn gesloten en de export van eieren moeizaam loopt. Op Kamervragen antwoordt minister Schouten: “Het grootste deel van de kooi-eieren is bestemd voor de verwerking tot eiproducten. Het verwerkte product wordt over het algemeen in het buitenland afgezet, een klein deel van het verwerkte product gaat naar de horeca in Nederland. Een klein deel van de kooi-eieren gaat rechtstreeks (als heel ei) naar de horeca.” 1 We weten daarnaast uit eigen onderzoek dat ook in buurtsupers de kooi-eieren nog steeds te koop zijn.

Miljoenen leghennen lijden dus nog steeds in kooien in Nederlandse schuren om te voorzien in een export product en voor een immoreel segment van de 'foodservice'. Foodservice is in de eerste plaats de klassieke horeca met hotels, café’s en restaurants; daarnaast de catering voor bedrijven, instellingen, scholen en vliegtuigen; en ten derde retail, fastservice restaurants, kiosken en andere gemakswinkels. Ei als ingrediënt zeg maar. De verwerkende industrie is goed voor 30 procent van de eierafzet in ons land.

Na het versoepelen van de coronamaatregelen, steeg de NOP-richtprijs voor kooi-eieren van week 35 tot 39 tot € 0,758 per kilo. 2 De WeserEms-notering voor industrie-eieren steeg ook verder naar € 0,84 per kilo voor scharrel- en € 0,74 per kilo kooi-eieren. En toen kwam de tweede golf en sloot de horeca weer.

In week 42 van 2020 zijn kooi-eieren nog maar 0,674 € per kg waard en in principe onverkoopbaar. 3 Alleen door te smeken kun je bij de industrie nog eieren kwijt, aldus een handelaar. De levertijden worden opgerekt, voorraden stijgen en tekort aan trays en pallets dreigt. De pijn zit in de afzet naar de horeca/foodservice. Door de aangescherpte coronamaatregelen van oktober 2020 komt die verder onder druk in heel Europa. Verwerkers kopen gereserveerd in en bouwen voorraden op. Waar de vraag afneemt, loopt de productie op normale voet verder. En het zijn niet alleen kooi-eieren die blijven staan, het gaat ook slecht met de scharrelschuureieren. De NOP-richtprijs voor kooi-eieren levert maar liefst 4 cent in en komt op € 0,674 per kilo. De WeserEms-notering voor industrie-eieren daalt bij kooi van € 0,74 naar € 0,68 per kilo. Bij scharreleieren is de daling kleiner, van € 0,80 naar € 0,78 per kilo, maar evengoed is de tendens wel dalend.

Conclusie

Het wetenschappelijk panel van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) stelt dat het zoeken naar voedsel, nestbouw, stofbaden en het op stok gaan ‘hoge prioriteit gedragingen’ voor de kip zijn. Wanneer het dier gehinderd wordt in dit gedrag is er sprake van sterk verminderd welzijn. Zelfs als aan alle regels voor kooihuisvesting voldaan wordt, is er geen mogelijkheid om een nest te bouwen in een 'legnest,' is er geen stofbad mogelijk op een plastic matje met wat strooisel, laat een gaasbodem geen scharrelgedrag toe, kan een hen niet zonnebaden onder kunstlicht en bieden de zitstokken geen gevoel van veiligheid. De botten van leghennen zijn broos door een gebrek aan beweging en het leggen van grote hoeveelheden eieren. Met name tijdens het vangen voor het transport naar de slachthuizen kneuzen of breken vele leghennen hun vleugels of poten. Het gebrek aan afleidingsmateriaal in de kooien leidt tot stereotiep gedrag, waardoor pikkerij in kooien vaak erger is dan in niet-kooisystemen (Weitzenburger, 2005). Het leidt tot kale plekken en verwondingen, wat verder pikken kan uitlokken en zelfs kannibalisme. Hyperkeratose, een overmatige verdikking van de huid van de poten, komt vaker voor bij kooikippen door de grote belasting van de poten op het draadgaas (Weitzenburger et al., 2006).

Een koloniekooi verschilt wat betreft voorzieningen voor de basisbehoeften van kippen niet wezenlijk van de verboden kale legbatterij of de binnenkort verboden verrijkte kooi en hoort dus ook verboden te worden.

Bovendien worden de minimale wettelijke eisen (bijvoorbeeld strooisel) in de praktijk vaak niet nageleefd en ontbreken voor sommige diercategorieën (leghenouderdieren) specifieke regels omtrent huisvesting en welzijn.

De oorspronkelijke (economische) reden om koloniehuisvesting in Nederland toe te staan, aansluiting bij regelgeving voor de Duitse exportmarkt, vervalt per 1 januari 2025 omdat vanaf dat moment in Duitsland geen kippen meer in (kolonie)kooien gehouden mogen worden.

Daarnaast is het feit dat er in Nederland en België kuikens worden uitgebroed en geëxporteerd naar het buitenland waar zij vervolgens in kooisystemen worden gehouden die hier verboden zijn, een onacceptabele situatie.

Zwitserland en de Amerikaanse staten Washington, Oregon en Californië kennen al een verbod op commerciële kippenkooien. Oostenrijk volgt in 2020, Duitsland in 2025, Tsjechië in 2027 en Wallonië in 2028.

Nu, ruim 20 jaar nadat de Europese Unie een verbod op legbatterijkooien heeft aangenomen, gedreven door de vraag van diervriendelijke consumenten en veranderende maatschappelijke verwachtingen, zou het passend zijn als Nederland, in navolging van die andere landen, stopt met het houden van kippen in kooisystemen.

Dierenrechten in de grondwet TEKEN DE PETITIE! Animal Rights wil dat alle dieren in Nederland, wild en in gevangenschap, als (staats)burgers, (rechts)personen en ingezetenen erkend worden en grondwettelijk verankerde rechten krijgen. Animal Rights

Teken nu de petitie

Ja, je mag mij bellen op het volgende nummer